ROL

STICHTING REGIONAAL ONDERZOEK LELIETEELT IN NOORD-  EN OOST NEDERLAND

Schimmels

ONDERZOEK NAAR GEBRUIKSWAARDE EN RESISTENTIE VAN LELIES TEGEN BOTRYTIS ELIPTICA

Aanleiding  
In Nederland zijn meer dan 900 geregistreerde leliecultivars. Ze zijn ingedeeld in meerdere groepen die vaak zijn ontstaan door diverse kruisingen en dus een verschillende genetische achtergrond hebben.  Door de veredelaars wordt primair gelet op de sierwaarde. Dat is de belangrijkste voorwaarde voor een goed verkoopbaar product. In de praktijk weten telers dat er verschil bestaat in gevoeligheid voor diverse aantastingen. Stichting ROL heeft voorgesteld meer gestructureerd aandacht te geven aan de gevoeligheid in de belangrijkste groepen. Enerzijds levert dat voor telers de kans om te besparen op de kosten voor gewasbeschermingsmiddelen (fungiciden), anderzijds is het een mogelijkheid om tegemoet te komen aan bezwaren van omwonenden die zich zorgen maken over de blootstelling aan de gebruikte middelen.

Uitvoering en waarnemingen   
In het onderzoek is samengewerkt met onderzoekbureau HLB uit Wijster en Adviesbureau Delphy team Bloembollen uit Hillegom. Er is een keus gemaakt uit 15 soorten verdeeld over drie hoofdgroepen: Oriëntals, OT’s (soorten afkomstig uit de kruising tussen Oriëntal en Trompet lelies) en LA’s (soorten afkomstig uit de kruising tussen de groep Longiflorums en Aziaten). Het onderzoek richt zich op de gevoeligheid voor vuur (Botrytis elliptica). Deze schimmelziekte is in de meeste gevallen bepalend voor een goede bolopbrengst. Het plantgoed werd beschikbaar gesteld door betrokken telers. Het onderzoek is uitgevoerd door HLB BV op het proefveld dat gelegen is bij het dorp Vledder in de gemeente Westerveld.

Er waren drie behandelobjecten: regulier spuitadvies; spuiten volgens het Bedrijfs Ondersteunend waarschuwings Systeem (BOS) advies en onbehandeld. Het resultaat bij de Oriëntals was in 2020 opvallend. Bij de vijf cultivars werd geen significant verschil in vuurdruk en bolopbrengst vastgesteld. Onbehandeld gaf soms zelfs een lichte opbrengstverbetering. Bij de OT-hybriden toonde één cultivar een significant lagere opbrengst bij onbehandeld. Bij de rest was de opbrengstderving niet significant en minder dan 10%. Bij de LA-hybriden was de bolopbrengst bij alle cultivars (en bij drie significant) lager bij onbehandeld. Hier bleek een minder intensief spuitschema spelen met vuur.

Conclusies en discussie 
• De belangrijkste conclusie richting telers is dat het gebruik van vuurresistente cultivars een flinke middelenbesparing op kan leveren. Het is aan de telers om hier hun voordeel mee te doen. Door kritisch te kijken naar de teelt van hoog gevoelige cultivars is een besparing mogelijk. Economische motieven zijn waarschijnlijk de reden dat dit in de praktijk niet altijd gebeurd. Dit onderzoek zal de bewustwording vergroten. 
• De resultaten van de onderzochte leliecultivars bij de Oriëntals en OT’s laten zien dat voor de onderzochte soorten beduidend minder intensieve spuitschema’s tegen vuur kunnen worden gehanteerd dankzij de aanwezige vuurresistentie. 
• Soorten die een redelijk tot goede resistentie tegen vuur hebben komen als eerste in aanmerking voor aanplant in de nabijheid van omwonenden. Op dit moment is nog niets te zeggen over een resistentie tegen vuur én virus. 
• De resultaten uit dit onderzoek zijn via het jaarlijkse gewasverslag gedeeld met de sector.  

Vervolg 
Het onderzoek heeft veel nuttige informatie opgeleverd.  Duidelijk is aangetoond dat er een behoorlijk verschil in resistentieniveau bestaat. In de teelt (en maatschappelijk) kan met dit gegeven verder worden gewerkt.